Kennisbank

Vind antwoorden, toelichtingen en praktische artikelen over informatiebeheer en privacy. Zoek direct in de inhoud of kies een categorie.

Terug naar overzicht

Waarom is het belangrijk de achterliggende grondoorzaken in te vullen?

In de RI&E beschrijf je expliciet de grondoorzaken van de risico's, niet alleen de basisrisicofactoren waarin ongevalsanalyses vaak wél volstaan. Je kunt in de RI&E dus niet volstaan met het benoemen van de hoofdrubrieken. Beschrijf ook de daarachter liggende grondoorzaken. Deze nadere beschrijving maakt knelpunten concreter, waardoor je ze ook beter kunt aanpakken.


Wat dit betekent?

Bij het ontstaan van risico's en effecten, zoals ongevallen of beroepsziekten, speelt vaak een driedeling:

  • Directe factoren of oorzaken: deze treden op het moment van een ongeval of blootstelling. Denk aan het niet gebruiken van een afzuigsysteem bij gevaarlijke stoffen, kort werken zonder valbeveiliging, of werken aan een wankele constructie. De betrokkene kan deze handelingen vaak zelf beïnvloeden.
  • Grondoorzaken of achterliggende oorzaken: deze indirecte factoren zijn meestal al geruime tijd aanwezig. Denk aan apparatuur die niet beschikbaar wordt gesteld, slechte communicatie tijdens de overdracht van werkzaamheden, of een onervaren medewerker die wordt ingezet voor een moeilijke klus.
  • Basisrisicofactoren (BRF's): dit zijn de hoofdrubrieken waarin je de structureel aanwezige grondoorzaken van onveilige of ongezonde situaties onderverdeelt. De grondoorzaken breng je onder in deze hoofdcategorieën. Omgekeerd vormen de grondoorzaken dus een verfijning van de BRF's.


Een voorbeeld: de basisrisicofactor Procedures

De verfijning in grondoorzaken kan bestaan uit vragen als:

  1. Is er wel een procedure nodig voor deze activiteit? Zo niet, zijn er andere oplossingen om de risico's te verkleinen?
  2. Is de procedure er, als deze nodig is? Zo ja, is de tekst duidelijk, goed leesbaar en begrijpelijk, eventueel met illustraties?
  3. Zijn de medewerkers betrokken geweest bij het opstellen van de procedure?
  4. Is de procedure goed bekendgemaakt, en is geverifieerd of medewerkers deze begrijpen?
  5. Is de procedure makkelijk toegankelijk, bijvoorbeeld op schrift op de werkplek?
  6. Kan de activiteit goed worden uitgevoerd als de procedure strikt wordt gevolgd?
  7. Zijn er voldoende middelen beschikbaar, zoals materiaal, tijd en deskundigheid, om volgens de procedure te werken?
  8. Wordt er daadwerkelijk volgens de procedure gewerkt, en houdt iemand daar toezicht op?
  9. Toont de leidinggevende goed voorbeeldgedrag, of vindt hij het werken volgens de procedure zelf niet belangrijk?
  10. Wordt er soms afgeweken van de procedure omdat het werk dan sneller of efficiënter kan?
  11. Wordt de procedure regelmatig gecontroleerd op effectiviteit en zo nodig bijgesteld?
  12. Is er een systeem dat bewaakt dat de procedure wordt aangepast bij een gewijzigde werkwijze of gewijzigd materiaal, bijvoorbeeld via een management-of-change-werkwijze?